Blog 'Culturele tips van een collega'

Iedere maand deelt een medewerker van de Nederlandse ambassade in België zijn of haar culturele tips, ook (of juist) in coronatijd.

De culturele agenda van Meline Arakelian

Welke artiest inspireert jou?

Ik ben al jaren gefascineerd door de ontwerpen van couturier Iris van Herpen. Haar werk spreekt enorm tot de verbeelding vanwege de combinatie van innovatieve technologie en esthetiek. Dat zie je ook terug in het werk van FashionTech ontwerper Anouk Wipprecht. Wij mensen zijn nog altijd een beetje bang voor technologie als kunstmatige intelligentie. Van Herpen en Wipprecht laten zien hoe technologie voor de mens kan werken en ook nog het oog strelen. Ook in het werk van kunstenaar-textielontwerper Claudy Jongstra zit een boodschap over de harmonie tussen mens en natuur, kennis en materialen. Haar kunstwerken van wol en vilt zijn bovendien troostend. Dat is iets wat ik belangrijk vind in kunst. Om die reden vind ik ook de illustraties van de Antwerpse illustrator Fatinha Ramos prachtig om te zien.

Wat is de meest recente tentoonstelling of cultureel event dat je hebt bezocht?

Ik ben heel blij dat de musea in België open zijn. Nu met de gedeeltelijke lockdown des te belangrijker om in ieder geval die uitlaatklep te hebben. Daarom vind ik het ook fantastisch dat er een “Tijdelijke Lockdownmuseum” is ingericht aan de Université Libre de Bruxelles, een verzameling getuigenissen, creaties en voorwerpen die het leven tijdens de lockdown illustreert. Een tijdje geleden bezocht ik samen met mijn gezin de tentoonstelling Risquons-Tout in WIELS. Daar kon je het werk zien van een groep kunstenaars uit de Eurocore-regio die de grenzen opzoeken van veiligheid en voorspelbaarheid. Lekker verwarrend, maar ook heel toepasselijk in deze tijd. Waar ik me erg op verheug is het retrospectief in Bozar over Roger Raveel, één van de belangrijkste Belgische schilders van de 20e eeuw. Een kleurrijke tentoonstelling die mijn kinderen hopelijk ook zal aanspreken.

Welk boek las je voor het laatst?

Ik heb net “Wildevrouw” van Jeroen Olyslaegers uit en ben daar erg van onder de indruk. Het verhaal speelt zich af in Antwerpen en Amsterdam ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Toevallig twee steden die ik zeer lief heb. Met zijn poëtisch taalgebruik en uitmuntend onderzoek weet Olyslaegers die steden echt tot leven te brengen. Je wandelt voor je gevoel echt door Antwerpen en Amsterdam in de 16e eeuw. Je gaat door die historische bril naar het heden kijken en ziet ineens veel meer. Om die reden vond ik ook “De Bourgondiërs” van Bart Van Loo geweldig om te lezen. Toevallig las ik recent ook “De levens van Jan Six” van Geert Mak, die je vanuit het perspectief van de bekende Amsterdamse familie meeneemt op een historische tocht door vier eeuwen Amsterdam. Geschiedenis en familiekronieken: voor mij een topcombinatie. Ook in poëzie. Mede daarom heb ik genoten van de prachtige dichtbundel “Reistijd, bedtijd, ijstijd” van Marjolijn van Heemstra.